Stap voor stap terug naar werk: het re-integratietraject 3.0 vanaf 1 januari 2026

In onze eerdere blog van 28 oktober 2025 ‘Stap voor stap terug naar werk: het re-integratietraject’ werd het volledige re-integratietraject toegelicht: van de opstart van het traject tot de mogelijke uitkomsten en het einde ervan.

Met de wet van 19 december 2025 en het koninklijk besluit van 17 december 2025 blijft het re-integratietraject ook vandaag grotendeels behouden, maar wordt het uitgebreid met een sterker kader dat erin bestaat meer in te zetten op preventief en informeel handelen, een procedure die vroeger opstart en meer contact tussen de betrokken partijen. 

In deze blog staan we stil bij de belangrijkste nieuwigheden.

1.Preventie

Nieuw is dat een werknemer niet langer effectief arbeidsongeschikt hoeft te zijn om een re-integratiebeweging op gang te brengen.

Wanneer een werknemer dreigt uit te vallen wegens gezondheidsproblemen, kan hij de werkgever vragen om na te gaan of een aanpassing van de werkpost, en/of aangepast of ander werk mogelijk is (zogenaamd preventief re-integratietraject).

Dit verzoek is niet aan strikte vormvereisten onderworpen (bv. per e-mail) en vereist niet noodzakelijk een medisch attest.

De werkgever is niet verplicht om op dit verzoek in te gaan, maar moet de werknemer wel zo snel mogelijk informeren over zijn beslissing.

2. Meer aandacht voor informele re-integratie

Een volgende belangrijke nieuwigheid betreft het bezoek aan de arbeidsarts voorafgaand aan de werkhervatting. Waar dit vroeger enkel op initiatief van de werknemer mogelijk was, kan voortaan ook op initiatief van de werkgever een bezoek worden aangevraagd.

De werknemer is niet verplicht hierop in te gaan, maar in geval hij dit weigert, moet de arbeidsarts de werkgever hiervan wel op de hoogte brengen.

3. Arbeidspotentieel als beslissingsmoment

Een nieuw en belangrijk begrip in de regelgeving over arbeidsongeschiktheid en re-integratie is ‘arbeidspotentieel’.

Het betekent het ingeschatte vermogen van een arbeidsongeschikte persoon om ander of aangepast werk te verrichten.

Vanaf de 8ᵉ week van arbeidsongeschiktheid kan de werkgever de arbeidsgeneeskundige dienst informeren zodat deze het arbeidspotentieel van de werknemer kan inschatten. Die inschatting gebeurt op basis van de beschikbare informatie van de behandelende arts en de adviserend arts en een door de werknemer ingevulde gestandaardiseerde vragenlijst.

De inschatting van het arbeidspotentieel fungeert als een vorm van triage.

Als de arbeidsarts oordeelt dat er arbeidspotentieel is, kan de werkgever:

  • ofwel een informeel re-integratietraject opstarten, via een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting;

  • ofwel een formeel re-integratietraject opstarten.

Wanneer blijkt dat er (nog) geen arbeidspotentieel is, kan worden vermeden dat een re-integratietraject voortijdig en zonder realistische slaagkans wordt opgestart.

Deze nieuwigheid geldt uitsluitend voor arbeidsongeschiktheden die zijn aangevangen vanaf 1 januari 2026.

4. Wijzigingen aan het formele re-integratietraject

De basisstappen in het formele re-integratietraject blijven vrijwel identiek, al zijn er enkele belangrijke aanpassingen:

  • snellere opstart door werkgever: waar voorheen enkel de werknemer (of diens behandelend arts) een re-integratietraject kon opstarten vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid, is dit nu ook mogelijk op initiatief van de werkgever (voorheen pas na 3 maanden). Een belangrijke voorwaarde is wel dat de werknemer hiermee instemt.

  • verplichte opstart door de werkgever: binnen de zes maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid moet de werkgever verplicht een re-integratietraject opstarten voor een werknemer met arbeidspotentieel. Deze verplichting geldt enkel voor organisaties met 20 of meer werknemers.

  • versterkt formalisme: de uitnodigingen moeten nu per aangetekende post worden verzonden.

Eindigt het re-integratietraject met een vaststelling van definitieve ongeschiktheid en is er geen door de werknemer aanvaard plan voor hertewerkstelling, dan volgt een verplichte doorverwijzing naar de regionale tewerkstellingsdiensten, zoals VDAB, Forem en Actiris.

Deze nieuwe regels hebben geen impact op re-integratietrajecten die werden opgestart vóór 1 januari 2026. Op die trajecten blijven de vroegere bepalingen van toepassing. Ook de verplichte opstart een re-integratietraject geldt uitsluitend voor arbeidsongeschiktheden die zijn aangevangen vanaf 1 januari 2026.

5. Verplichtingen en sancties

De wetgever heeft zowel aan werkgevers- als werknemerszijde sancties ingevoerd:

  • de werkgever die 20 of meer werknemers tewerkstelt: bij niet opstarten van een re-integratietraject ondanks het bestaan van een arbeidspotentieel: risico op een strafrechtelijke of een administratieve geldboete niveau 2.

  • de werknemer: gaat een werknemer meer dan twee keer en zonder geldige reden niet in op een uitnodiging van de arbeidsarts in het kader van een re-integratieonderzoek, dan wordt de adviserend arts van de mutualiteit hiervan op de hoogte gebracht en kan de werknemer worden gesanctioneerd in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

***

Emilie Bergez & Stefanie De Cleen

Heeft u nog vragen? Commit Advocaten helpt u graag verder.

Ondanks alle zorg die besteed is aan het opstellen van deze tekst, blijven vergissingen en/of onvolkomenheden mogelijk. De auteur en Commit Advocaten bv kunnen daarvoor geen aansprakelijkheid aanvaarden. 

Contacteer Commit Advocaten